Afscheidsgesprek met Klaas Visser

In oktober 2015 stopte Klaas Visser als onderwijsdirecteur van de opleiding psychologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij ging met pensioen… soort van.

Want stilzitten bleek niet helemaal zijn ding. Wat volgde was nog ruim tien jaar waarin hij in het hoger onderwijs actief bleef als veranderaar, adviseur, opleider en begeleider van vele visitaties. Altijd met dezelfde nieuwsgierigheid, betrokkenheid en scherpe blik op wat beter kan.

Voor Reflect Academy was hij een vertrouwde en inspirerende adviseur, samenwerkingspartner en mentor. Nu neemt hij ook van ons echt afscheid.

Een mooi moment om terug te kijken: op een pensioen dat geen echt afscheid werd, op wat hem drijft, en op wat hem het meeste plezier heeft gebracht.

In 2015 ging je met pensioen. Maar stoppen deed je eigenlijk niet. Hoe kijk je op die periode terug?

“Mijn eerste reactie is dat pensioen een heel raar concept is. Tot een bepaalde dag ben je volledig verantwoordelijk voor een hele opleiding en sta je midden in het werkende leven — en daarna is dat ineens voorbij. Alsof je van volledig ‘aan’ naar volledig ‘uit’ moet. Dat is geen goed idee.

Ik hoorde in de tijd daarna vaak: ‘Wanneer ga jij nou stoppen?’ Alsof dat de bedoeling is. Dan vroeg ik: waarom eigenlijk? Mensen zeggen: ‘Dan kun je eindelijk genieten.’ Maar ik geniet al. Ik hou van werken, van leren.

En iets anders wat belangrijk is: je blijft jonge mensen ontmoeten. Dat houdt je scherp. Je hoort wat er speelt — nieuwe ideeën, nieuwe technologie. Als je alleen nog maar met leeftijdgenoten bent, mis je dat. Dat zou ik echt niet willen.”

Wat bracht de fase na je vertrek bij de UvA je?

“Schrijven, om te beginnen. Dingen die al jaren in mijn hoofd zaten, konden eindelijk een plek krijgen. Ik heb meegewerkt aan meerdere artikelen en twee boeken. Dat vond ik ongelooflijk prettig. Daarnaast werd ik veel gevraagd voor verandertrajecten. Bij verschillende opleidingen kijken wat er speelt, analyseren wat goed gaat en wat beter kan — dat vond ik eigenlijk ontzettend interessant.

En misschien wel het belangrijkste: ik kon blijven leren. Wat ik leerde, kon ik meteen weer toepassen. Het versterkt elkaar — een soort dubbelslag.”

 Waar kijk je met het meeste plezier op terug?

“Eigenlijk op de samenwerking met heel veel mensen die me dierbaar zijn— te veel om allemaal te noemen. Maar als ik er een paar uitlicht, dan denk ik vooral aan Janke Cohen en Dominique Sluijsmans. Die samenwerking was echt een hoogtepunt. We hadden in onze samenwerking alle drie een puzzelstuk in handen, en samen ontstaat er iets dat groter is dan de som der delen. Dat heeft tot veel geleid — twee boeken en een boekhoofdstuk — maar misschien nog wel belangrijker: tot een bijzondere vriendschap.”

Als je terugkijkt op 54 jaar werken in het hoger onderwijs — wat is er echt veranderd?

“Nou, toch wel veel meer kwaliteit. Toen ik zelf studeerde leverde ik op woensdag mijn eindwerk in, en de volgende dag had ik een gesprek met een docent die ik nog nooit gezien had. Die had er een beetje doorheen gebladerd en zei: ‘Het is prima zo.’ Feedback zocht je bij medestudenten. Dat zou nu ondenkbaar zijn. De hele opzet van het onderwijs is enorm verbeterd. Het is intensiever, actiever en inhoudelijk sterker.

In de ogen van sommigen misschien ook wat ‘verschoolsd’, maar ik weet niet of dat erg is. We hebben met elkaar besloten dat het hoger onderwijs voor velen is. En dat vraagt iets anders van hoe je het organiseert. Maar de kwaliteit — die is echt enorm veel beter geworden.”

Wat heeft jou in al die tijd gedreven?

“Dat zit voor mij heel sterk in mijn eigen verhaal. Mijn ouders hebben alleen lager onderwijs gevolgd, en toevallig kregen ze kinderen die goed konden leren. Als ik kijk naar hoe mijn leven had kunnen lopen als ik in Friesland was gebleven, dan besef ik hoe groot die verrijking is geweest. En dat gun ik eigenlijk iedereen.

Mijn drive komt vanuit het idee dat één van de doelen van het leven is om jezelf te ontwikkelen. En onderwijs is daar de superkracht in. Ik heb willen bijdragen aan onderwijs waarin iedereen de maximale kans krijgt om te floreren.”

Tot slot — kun je het met een gerust hart loslaten?

“Ja. Met meer dan een gerust hart. Omdat ik zie wie er nu allemaal mee bezig zijn. Mensen waarvan ik denk: wauw. En ook omdat ik zie hoeveel er de afgelopen jaren veranderd en verbeterd is. Het onderwijs is intensiever geworden, inhoudelijk sterker, en veel beter doordacht dan vroeger. Er gebeurt op zoveel plekken mooi onderwijs.

Ik ben op een bepaalde manieren ook old school — meer van het kennis overdragen, wat zenderig. Maar dat gebeurt nu anders. En dat is goed.

Dus ja, ik laat het met vertrouwen los.”

03 april 2026, door Rachna in ’t Veld